[nl] iPads in de klas

Onlangs verscheen er een column in de Standaard Mobilia sectie getiteld Geen iPads in de klas door Dominique Deckmyn.

De iPad van Apple is een fantastisch stuk technologie. Ik ben er gek op. Maar hij hoort niet thuis in de klas. Zeker nu nog niet, en misschien wel nooit.

Akkoord dat het nog te vroeg is om elke student in het lager of middelbaar onderwijs van een iPad of andere tablet te voorzien. De voornaamste vraag die de scholen, en eigenlijk iedereen die ermee verbonden is, zich nu zouden moeten stellen is niet “voor welke tablet kiezen we?”, maar “hoe kunnen we leerstof en student dichter bij elkaar brengen?” en als een computer of tablet hierbij kan helpen: “onder welke vorm gebeurt dat dan het beste?”

Toch wil ik reageren op de argumenten die aangewend worden in deze column om een specifieke tablet, de iPad, onderuit te halen als één van de mogelijke alternatieven.

Een duur merktproduct

Waarom niet? Wel, ten eerste om deze evidente reden: het is een duur merkproduct. Het onderwijs is er voor iedereen. Doorgaans verplichten we ouders niet om dure merkproducten te kopen. Dat is ook niet nodig, want er zijn goedkopere alternatieven. Een Belgisch opstartbedrijfje, Tabbled, kwam bijvoorbeeld op het idee om goedkope Chinese Androidtablets te importeren en van wat aangepaste schoolsoftware te voorzien. Kostprijs: zo’n 100 euro per stuk. Bijna vijf keer minder dan de goedkoopste iPad dus. Zijn die tablets van 100 euro even mooi en hip als een iPad? Nee, maar ik ben vroeger naar school gegaan met een boekentas die niet mooi en hip was en waar geen logo op stond. Je overleeft dat wel.

Het is één ding om een merkboekentas te vergelijken met merktablet. Een merkboekentas van €149,99 euro is misschien beter afgewerkt dan eentje uit de supermarkt van €49,99. Beide boekentassen zullen iemands boeken even goed van thuis naar school —en vice-versa— helpen versleuren. Maar wanneer het op hardware en software aankomt is de realiteit toch iets complexer.

Een hightech toestel is duurder dan een boekentas. In ruil vervult het vaak ook een grotere set van noden en kan het een belangrijkere rol spelen in het leerproces. Bij de aankoop van zo’n toestel, is de levensduur dan ook belangrijk. Die hangt niet enkel af van de duurzaamheid van de hardware, of hoe zorgzaam de gebruiker ermee omspringt, maar in belangrijke mate ook van de software.

Hoewel het bijna vanzelfsprekend lijkt dat een toestel met een bepaalde software versie over vijf jaar net zo werkt als vandaag, is dat verre van realistisch. Software is organisch, het groeit, het evolueert, het leeft in een ecosysteem van andere, gerelateerde software”. Moet het toestel kunnen blijven verbinden met draadloze netwerken, veilig het web betreden, recente applicaties installeren en nieuwe boeken tonen? Dan is het noodzakelijk dat het toestel deze software evolutie volgt via updates.

Natuurlijk gebeurt dit niet vanzelf. Meestal is het diegene die de hardware ontwikkelt, die ook de software zal moeten onderhouden en die z’n klanten ondersteunt door hen van updates te voorzien. Het is dan ook belangrijk om een betrouwbare partner te kiezen. Iemand waarvan je verwacht dat die er volgend jaar nog zal zijn om de nodige ondersteuning te bieden. Iemand die zich ook engageert óm z’n klanten gedurende een bepaalde tijd van ondersteuning te voorzien. Dan kom je al te snel terecht bij ontwikkelaars met een goede reputatie.

Een goedkope Chinese tablet mag dan wel minder kosten in aankoop1, maar hoe zit het met die opvolging van de software? En wat met de kwaliteit van de hardware? Is het scherm aangenaam om naar te kijken, wat met de responsiviteit van het aanraakscherm, en de batterijlevensduur?

Kies niet blindelings voor goedkoop, kies ook niet blindelings voor een hip merk.

Uiteindelijk is een tablet niets meer dan een laptop zonder klavier

Maar er is nog een fundamenteler probleem. Want uiteindelijk is een tablet niets meer dan een laptop zonder klavier. Zo’n apparaat is bijzonder geschikt voor het doornemen van informatie. Maar niet zo geschikt voor het invoeren van tekst. Terwijl je dat in de klas toch ook wel zou willen doen. Waarom zou je leerlingen een computer zónder toetsenbord geven, kostprijs bijna 500 euro, als je voor de helft van dat geld een computer mét toetsenbord hebt? Bovendien, en dat wil men steeds vergeten, bestaat er al heel veel goede educatieve software. Alleen is die geschreven voor die ‘ouderwetse’ pc’s, mét toetsenbord dus. De computers die de Vlaamse scholen al bezitten.

Er wordt hier terecht een fundamenteel verschil tussen tablets en pc’s aangehaald. Maar waar de auteur dit bestempelt als een probleem, zie ik het eerder als een opportuniteit. Regelmatige gebruikers van tablets ondervinden dat een belangrijk deel van onze alledaagse handelingen aangenamer zijn op een tablet (informatie opzoeken, navigeren, lezen). Anderzijds is een aanraakscherm niet uitermate geschikt voor het invoeren van grote volumes tekst (proza, code), nauwkeurige bewerkingen op gestructureerde informatie (spreadsheet) of taken waarvoor een groot scherm belangrijk is.

Waar past de student in dit plaatje? Het leerproces is gebaseerd op het analyseren van informatie, het leggen van verbanden en de synthese waarbij de student produceert en reproduceert. Zal hij hiervoor de ganse dag tekst moeten overschrijven? Ik ben er zeker van dat reproductie ooit een veel belangrijker onderdeel was van leren, maar dit strookt niet meer met de manier waarop wij vandaag met informatie omgaan. Om de eenvoudige reden dat de informatie omwille van de technologie veel meer beschikbaar en overdraagbaar is geworden.

Ik heb zelf een zoontje dat pas met school is gestart. Het is straf om te zien hoe natuurlijk de interactie met een tablet is voor iemand van die leeftijd. In die zin zijn de muis en het toetsenbord maar artificiële en primitieve tools om onze bedoelingen over te brengen naar de computer —en voor vele (oudere) gebruikers iets wat ze nooit onder de knie zullen krijgen.

De —vaak verouderde— computers in scholen zijn zelden bedoeld voor individueel gebruik in de klas. Tenzij misschien deze in een lokaal om computervaardigheden aan te leren. Dit heeft dan ook weinig te maken met het uiteindelijke doel om de computer of de tablet te betrekken in het eigenlijke leerproces —een onmisbaar tool bij de verwerking van gegevens. Terwijl het gebruik van een computer voor velen dagelijkse kost is bij het uitoefenen van hun job.

De heilige graal onder de tablets

Wat wel klopt, is dat een iPad of een andere tablet de traditionele schoolboeken kan vervangen. Op voorwaarde, natuurlijk, dat de uitgevers van schoolboeken hun inhoud uitbrengen op deze apparaten. Maar dan botsen we op nog een ander probleem als we voor iPad in plaats van Android kiezen. Dat bleek uit de plannen die Apple en de Amerikaanse educatieve uitgevers enkele maanden geleden aankondigden. In harde cijfers: dertig procent van de omzet uit de Vlaamse schoolboeken gaat dan rechtstreeks naar dat Amerikaanse bedrijf. Ik wil daar nu geen protectionistische tirade over opsteken, maar het is wel veel geld.

Er bestaan heel wat misverstanden over het schoolboekeninitiatief dat Apple in januari aankondigde. Kort samengevat, biedt Apple een dienst aan voor de distributie van (school)boeken, een eenvoudige en vertrouwde manier om boeken op het toestel aan te kopen, iBooks, en een gratis applicatie voor de creatie van boeken, iBooksAuthor. Geen enkele uitgever of tussenpersoon is Apple iets verschuldigd indien hij een eigen (gratis) applicatie ontwikkelt en een distributienetwerk opzet (vergelijk met het model van de Amazon Kindle app). Natuurlijk is dat soort infrastructuur ook niet gratis en de expertise om het even goed te doen is mogelijk dungezaaid. Er kan ook steeds teruggevallen worden op een systeem waar boeken in PDF of ePub formaat verdeeld worden via een web-gebaseerd systeem. Waarna ze gelezen kunnen worden in een handvol bestaande ePub Reader apps, of zelfs gewoon de iBooks app van Apple.

In die zin is Android op zich niet de heilige graal van tablets voor het onderwijs. Het is een belangrijke bouwblok in de ontwikkeling van een basis tablet. Bovenop die basis moet nog steeds een infrastructuur gebouwd worden voor de presentatie en distributie van schoolboeken. Indien uitgevers in ons land zouden kunnen kiezen voor de eBookstore van Google, dan betaalt de Vlaming gewoon een vergelijkbaar percentage per boek, maar dan aan een ander Amerikaans bedrijf. Het verschil met Apple’s iPad is dat er een ruimer aanbod aan Android tablets bestaat in verschillende prijsklassen, schermgroottes en bouwkwaliteit. Dat Apple zich hier ook bewust van is, blijkt uit een eerste verlaging van de prijs van de iPad 2 tot €399. Wat Apple nooit zal doen is de prijs zo ver naar beneden drijven dat de kwaliteit van het afgeleverde product hieronder zal lijden.

De hipster factor

Dus, willen we dit écht doen? De computers die onze scholen al bezitten, meegeven met het schroot, en vervangen door nieuwere, duurdere toestellen? Die de bestaande software niet kunnen draaien? Die van één bedrijf komen, dat dan een bevoorrechte toegang krijgt tot het jongste en meest beïnvloedbare doelpubliek? Die geen toetsenbord hebben, en waar je dus maar moeilijk nota’s op kunt nemen en waar je ook maar weinig randapparaten op kunt aansluiten? Als je het zo formuleert, klinkt het toch al wat minder hip.

Wat vooruitstrevende leerkrachten willen is de computer die achteraan in de klas staat, en voornamelijk door henzelf gebruikt wordt, in de handen van elke student plaatsen.

De school zal daarbij een beredeneerde beslissing moeten maken over welke oplossing ze op termijn zal kiezen. Maar op enkele scholen na, denk ik niet dat er een budget is voor zulke grote ommezwaai. Het lesmateriaal is ook verre van beschikbaar in elektronische vorm en ook de uitgevers hebben nog een hele weg te gaan. De beste manier lijkt me een gecoördineerde aanpak van het huidige lesmateriaal (boeken, apps, media) en een nieuwsgierige kijk op hoe de computer in dit verhaal kan passen.

Ik denk daarbij dat je slechter kan varen dan de producten van het meest succesvolle bedrijf dat z’n geld voornamelijk verdient aan de verkoop van één telefoon, één tablet en een handvol laptops, aan doodgewone mensen die met volle overtuiging kiezen voor hun producten —niet omdat ze geen ander keuze hebben. Ik twijfel er sterk aan dat de meerderheid het enkel en alleen doet om hip2 te zijn.

Enneuh, welke randapparaten zie je studenten zo al allemaal aansluiten?

<Geschreven, gelezen en bewerkt op een laptop, tablet en een smartphone>


  1. Ik viseer hier niet Tabbled. Dit zijn algemene bedenkingen die ik me maak bij tablets die een zo laag mogelijke prijs nastreven. Als je weet dat Amazon in de VS al verlies maakt op de Kindle Fire aan $250, wat betekent dat voor een tablet van €100 waar iemand nog winst wil op maken?  

  2. Hipsters houden er namelijk niet zo van om steeds vaker voor iSheep uitgemaakt te worden.